elektropas.com

Verschilt de ecodesignverordening (ESPR) per EU-land voor uw bedrijf?

De ESPR geldt als Europese verordening overal gelijk, maar toezicht, sancties en taaleisen kunnen per lidstaat verschillen. Dit artikel legt uit wat dat concreet betekent voor bedrijven die elektronica binnen de EU verkopen.

Verschilt de ecodesignverordening per EU-land voor uw bedrijf?

Kort antwoord: nee en ja. De ESPR is een Europese verordening, en een verordening geldt automatisch en gelijk in alle lidstaten — anders dan een richtlijn hoeft zij niet eerst in nationale wetgeving te worden omgezet. De kern van de regels voor het digitaal productpaspoort is dus overal in de EU hetzelfde. Wat wél kan verschillen, is de manier waarop landen toezicht houden, hoe zij overtredingen afhandelen, en welke praktische eisen zij stellen aan taal en etikettering.

Voor een bedrijf dat alleen in Nederland verkoopt, is dat verschil vooral theoretisch. Voor een bedrijf dat via meerdere EU-landen levert, rechtstreeks of via een distributeur, is het wel iets om in de gaten te houden, vooral zodra de gedelegeerde handelingen per productcategorie gepubliceerd worden.

Waarom de basis overal gelijk is

De ESPR (ecodesignverordening) stelt op EU-niveau vast welke productcategorieën een digitaal productpaspoort krijgen en welke gegevens daarin moeten staan. Die inhoudelijke eisen worden per deelcategorie uitgewerkt in gedelegeerde handelingen, vastgesteld door de Europese Commissie. Zodra zo'n handeling er is, geldt zij voor alle lidstaten tegelijk, met dezelfde inhoud. Er is dus geen aparte Nederlandse of Duitse versie van de eisen aan het paspoort zelf. Wanneer de eerste handelingen voor elektronica en ICT verschijnen, staat nog niet vast; het werkplan van de Commissie noemt 2025-2030 als periode en verwacht de eerste handelingen vanaf 2027, per deelcategorie.

Wat wél per land kan verschillen

Een verordening bepaalt de norm, maar laat de uitvoering vaak aan de lidstaten. Dat raakt drie zaken die voor een bedrijf praktisch zijn.

Ten eerste de toezichthouder. Elke lidstaat wijst zijn eigen markttoezichthouder aan die controleert of producten aan de eisen voldoen. In Nederland ligt die taak bij andere instanties dan in bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk, en die instanties kunnen eigen werkwijzen en prioriteiten hebben.

Ten tweede de sancties. De verordening geeft de kaders, maar de hoogte en vorm van boetes bij overtredingen wordt doorgaans nationaal vastgelegd. Dat betekent dat eenzelfde overtreding in het ene land tot een andere afhandeling kan leiden dan in het andere, zonder dat de onderliggende norm verandert.

Ten derde de taal en de praktische presentatie van informatie. Consumenteninformatie moet in de praktijk vaak beschikbaar zijn in de taal van het land waar het product wordt verkocht. Verkoopt u hetzelfde toestel in Nederland, België en Duitsland, dan kan dat betekenen dat de informatie achter de QR-code in meerdere talen beschikbaar moet zijn, ook al is de inhoud van het paspoort zelf overal gelijk. de kennisbank met uitleg per onderwerp brengt dit soort verschillen per land in kaart, zodra de officiële teksten daar duidelijkheid over geven.

Wat dit betekent voor het digitaal productpaspoort in de praktijk

Voor de meeste MKB-bedrijven die elektronica of ICT-apparatuur verkopen, verandert dit weinig aan de gegevens die u moet verzamelen: die zijn Europees vastgesteld en dus overal gelijk. Wat verandert, is vooral de laag eromheen: wie er controleert, in welke taal u informatie aanbiedt, en bij wie u terechtkunt als er onduidelijkheid is over een specifiek land. Bedrijven die alleen in Nederland actief zijn, hebben in de praktijk vooral met de Nederlandse toezichthouder te maken; bedrijven die binnen de EU exporteren, doen er goed aan vooraf na te gaan wat lokaal wordt gevraagd, bijvoorbeeld over taal.

Een QR-datadrager die naar hetzelfde paspoort verwijst, kan overigens prima in meerdere landen gebruikt worden; het gaat om de informatie erachter, niet om een apart paspoort per land. hoe wij die datadrager en de onderliggende gegevens inrichten laat zien hoe dat in de praktijk werkt.

Wat u nu al kunt voorbereiden

Zolang de gedelegeerde handelingen voor uw productcategorie nog niet gepubliceerd zijn, is er weinig dat u met zekerheid kunt vastleggen. Wel is het zinvol om nu al in kaart te brengen in welke EU-landen u verkoopt, welke taalversies van productinformatie u daar al gebruikt, en wie binnen uw organisatie contact onderhoudt met leveranciers over deze gegevens. Dat scheelt tijd zodra de eisen per deelcategorie bekend worden. In de veelgestelde vragen over het digitaal productpaspoort vindt u antwoord op een aantal aanverwante vragen die bij dit onderwerp vaak terugkomen.

Voor de precieze uitleg van begrippen en de actuele stand van de gedelegeerde handelingen verwijzen wij naar de officiële EU-tekst en, voor uw eigen situatie, naar een jurist of de bevoegde toezichthouder. Wilt u eerst een algemeen beeld van waar uw bedrijf staat? Doe de gratis quick-scan in een paar vragen.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.