elektropas.com

Hoe leg ik het energieverbruik van een apparaat vast?

Energieverbruik meet je met de methode die bij de productcategorie hoort

Het energieverbruik van een apparaat wordt vastgelegd met test-, meet- en berekeningsmethoden die per productcategorie worden aangewezen, zoals beschreven in artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Er bestaat dus geen universele meetmethode voor "elektronica en ICT" in het algemeen: de manier waarop energieverbruik wordt bepaald, hangt af van het specifieke apparaat en van de gedelegeerde handeling die voor die categorie is vastgesteld. Zolang die handeling er voor een categorie nog niet is, ligt ook de meetmethode nog niet vast, en daarmee ook niet hoe het cijfer voor het digitaal productpaspoort tot stand komt.

Voor welke apparaten dit relevant is, en voor welke nog niet

Artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR maken het mogelijk om voor een productgroep zowel prestatie-eisen (bijvoorbeeld een maximaal energieverbruik) als informatie-eisen (bijvoorbeeld het vermelden van dat verbruik) vast te stellen. Dit raakt in potentie elk apparaat dat onder een gedelegeerde handeling valt die energieverbruik als onderdeel opneemt. Het geldt dus niet automatisch voor elk elektronisch apparaat zodra de ESPR van toepassing is: de verordening zelf legt geen productspecifieke waarden of methoden vast, dat gebeurt per deelcategorie in een aparte handeling. Voor witgoed, ICT-apparatuur en andere elektronica betekent dit dat de ene deelcategorie een uitgewerkte methode kan hebben op het moment dat een andere deelcategorie nog wacht op publicatie. Wie nu een apparaat verkoopt, kan dus niet uit de ESPR zelf afleiden welke meetmethode van toepassing is — dat moet uit de specifieke gedelegeerde handeling voor die productgroep komen.

Nog geen vaste datum, wel een vastgesteld werkplan

Een exacte datum waarop de meetmethode voor energieverbruik van elektronica en ICT-apparatuur gepubliceerd wordt, staat nog niet vast. Wat wel vaststaat, is dat de Europese Commissie werkt met een werkplan voor de periode 2025-2030, waarin per deelcategorie gedelegeerde handelingen worden voorbereid, met de eerste handelingen verwacht vanaf 2027. Tot een handeling voor een specifieke deelcategorie is gepubliceerd, geldt er voor die categorie geen verplichte methode om energieverbruik voor het productpaspoort vast te leggen. Dat betekent niet dat er niets te doen is: het geeft wel een moment om intern alvast na te denken over hoe gegevens over energieverbruik worden verzameld en gedocumenteerd, zodat een fabrikant of importeur niet bij publicatie van de handeling nog van nul moet beginnen.

Wat dit in de praktijk betekent, stap voor stap

Voor wie zich hierop voorbereidt, is de eerste stap nagaan onder welke productcategorie het apparaat valt en of daarvoor al een gedelegeerde handeling is gepubliceerd of in voorbereiding is. Is die er nog niet, dan is de tweede stap het volgen van de publicatie daarvan, aangezien die handeling zowel de precieze meetmethode (artikel 39) als de vraag of energieverbruik een verplicht informatie-element wordt (artikelen 5 tot en met 7) zal bevatten. Is de handeling er wel, dan gaat het om het toepassen van de daarin aangewezen test-, meet- of berekeningsmethode op het specifieke apparaat, en het vastleggen van het resultaat op een manier die herleidbaar en controleerbaar is — dat is namelijk het uitgangspunt achter artikel 39: de methode moet betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare resultaten opleveren. Een volgende stap is het bewaren van de onderliggende testgegevens en berekeningen, niet alleen het eindcijfer, omdat een productpaspoort doorgaans het resultaat toont maar de verantwoording daarachter apart gedocumenteerd moet blijven. Tot slot is het aanleveren van dat cijfer aan de partij die het paspoort samenstelt een praktische stap: elektropas.com verwerkt de gegevens die de fabrikant of importeur aanlevert, dus de juistheid en herleidbaarheid van het energieverbruik blijft de verantwoordelijkheid van wie de gegevens aanlevert, niet van wie het paspoort host.

Waar dit uit volgt: artikel 39 en de artikelen 5 tot en met 7

De verplichting om energieverbruik met een aangewezen methode vast te stellen, volgt uit artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat regelt dat test-, meet- en berekeningsmethoden worden vastgesteld die betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare resultaten geven. De koppeling met energieverbruik als zodanig volgt uit de artikelen 5 tot en met 7 van dezelfde verordening, die de basis vormen voor het opnemen van prestatie- en informatievereisten per productcategorie, waaronder energieverbruik kan vallen zodra de betreffende gedelegeerde handeling dat vaststelt.

Wat te doen

Wie nu al met een elektronica- of ICT-product te maken heeft, kan het beste nagaan of er voor de eigen productcategorie al een gedelegeerde handeling onder de ESPR is gepubliceerd, en zo niet, de publicatiedata van de Commissie in de gaten houden. Vooruitlopend daarop is het zinvol om intern vast te leggen hoe en met welke methode het energieverbruik van het eigen apparaat op dit moment al wordt gemeten of berekend, zodat die documentatie klaarligt zodra een verplichte methode wordt aangewezen. Zodra de methode voor een deelcategorie bekend is, wordt die hier vermeld.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het energieverbruik meten volgens de vastgestelde methode

De ESPR bepaalt dat productinformatie, waaronder energieverbruik, wordt vastgesteld met test-, meet- en berekeningsmethoden die betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn (artikel 39 ESPR). Dat betekent dat een waarde niet zomaar wordt overgenomen uit een datasheet van een chipfabrikant of uit een schatting, maar dat er een methode achter zit die door een ander bedrijf, met dezelfde testopstelling, tot hetzelfde resultaat zou moeten leiden. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit meestal dat er een testlab wordt ingeschakeld, of dat er wordt teruggevallen op testresultaten die al door een fabrikant elders in de keten zijn opgeleverd. Welke methode precies geldt, verschilt per productgroep en wordt per gedelegeerde handeling vastgelegd — daarover leest u meer op de pagina over de methode waarmee waarden voor het paspoort gemeten moeten worden.

Het energieverbruik opnemen als onderdeel van de prestatie-eisen

Artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR maken onderscheid tussen ecologisch-ontwerpvereisten (hoe een product wordt gemaakt) en informatievereisten (wat er over een product bekend moet zijn). Energieverbruik kan in beide vereisten terugkomen: als prestatie-eis (een maximum of een klasse) en als informatie-eis (een waarde die zichtbaar wordt in het paspoort). Voor een bedrijf betekent dit dat energieverbruik niet één losstaand cijfer is, maar een gegeven dat op twee plekken kan opduiken — in de technische documentatie waarmee wordt aangetoond dat aan een eis wordt voldaan, en in de data die naar het paspoort gaan. Welke van de twee, of beide, van toepassing zijn, hangt af van de productgroep en wordt zichtbaar zodra de gedelegeerde handeling voor die groep is gepubliceerd.

Het vastleggen van de testomstandigheden, niet alleen de uitkomst

Een meetwaarde zonder de omstandigheden waaronder die is vastgesteld, is moeilijk te verantwoorden bij een controle. Testtemperatuur, belastingsprofiel, softwareversie tijdens de test, gebruikte apparatuur: dit soort gegevens horen bij de onderbouwing van de uiteindelijke waarde. Voor bedrijven die zelf niet testen maar leunen op een testrapport van een toeleverancier of fabriek, betekent dit dat het rapport zelf — en niet alleen het getal erin — bewaard en herleidbaar moet blijven.

Het herkennen wanneer een waarde opnieuw gemeten moet worden

Energieverbruik verandert bij wijzigingen aan een product: een andere voeding, een firmware-update die het stand-by-verbruik beïnvloedt, een ander model binnen dezelfde productlijn. Dit raakt aan de vraag hoe vaak gegevens in het paspoort actueel moeten blijven, wat uitgebreider aan de orde komt op de pagina over hoe actueel de gegevens in het productpaspoort moeten zijn. Praktisch betekent dit dat een bedrijf een moment nodig heeft waarop wordt beoordeeld of een wijziging aan het product ook een nieuwe meting vraagt.

Waar het misgaat in de praktijk

Een importeur neemt de energieverbruikswaarde over uit de documentatie van de fabriek in Azië, zonder te weten volgens welke testmethode die waarde is vastgesteld. Bij een vraag daarover is er geen onderliggend rapport, alleen een getal op een specificatieblad.

Een fabrikant test een apparaat één keer bij introductie, maar brengt daarna een softwareversie uit die het energiegebruik in stand-by beïnvloedt. De oorspronkelijke meetwaarde blijft in het paspoort staan, terwijl het werkelijke verbruik inmiddels afwijkt.

Een bedrijf laat verschillende varianten van hetzelfde apparaat (andere kleur, ander vermogen van de voeding) onder één en dezelfde energiewaarde vallen, zonder na te gaan of de testmethode dat toestaat of dat per variant een eigen meting nodig is.

Een testrapport wordt wel bewaard, maar niet gekoppeld aan het specifieke model of de specifieke productierun waarvoor het is opgesteld. Bij een controle is dan niet meer te herleiden welk rapport bij welk apparaat hoort.

Een bedrijf gaat ervan uit dat de energieverbruikswaarde een vast, niet-vertrouwelijk gegeven is dat zonder nadenken gepubliceerd kan worden, terwijl de vraag of onderliggende testdata openbaar moeten zijn een ander vraagstuk is — zie hierover de pagina over bedrijfsgevoelige gegevens in het productpaspoort.

Wat u kunt vastleggen

  • Het testrapport of de berekening waarop de energieverbruikswaarde is gebaseerd, inclusief testomstandigheden en gebruikte apparatuur
  • De naam en versie van de testmethode of norm die is toegepast, zodat herleidbaar is welke methode gold op het moment van testen
  • De koppeling tussen het testrapport en het specifieke model, type of productierun waarvoor het geldt
  • Een overzicht van wijzigingen aan het product (hardware of software) die aanleiding kunnen zijn voor een nieuwe meting
  • De datum van de meting en de geplande of uitgevoerde hermeting, indien van toepassing
  • De persoon of afdeling die verantwoordelijk is voor het beoordelen of een wijziging aan het product een nieuwe meting vraagt

Deze vastlegging hoeft niet los te staan van de rest van de productdocumentatie. Ze sluit aan op de vraag welke gegevens precies in het productpaspoort van elektronica komen, en op de vraag welke eigenschappen specifiek voor de eigen productgroep gelden, zoals beschreven op de pagina over welke eigenschappen per productgroep worden gevraagd. Zodra de gedelegeerde handeling voor de betreffende deelcategorie is gepubliceerd, wordt hier concreet welke testmethode en welke drempelwaarden voor energieverbruik gelden.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.