elektropas.com

Volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten?

De rekenmethode volgt per productcategorie uit artikel 39

De precieze test-, meet- en berekeningsmethode voor het digitaal productpaspoort staat nog niet vast voor elektronica en ICT-apparatuur. Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepaalt wél het kader: methoden moeten betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn, en aansluiten bij de algemeen erkende stand van de techniek. Welke methode dat concreet betekent voor bijvoorbeeld een wasmachine, een laptop of een smartphone, wordt vastgelegd in de gedelegeerde handeling die voor die deelcategorie wordt opgesteld. Tot die handeling er is, bestaat er geen verplichte rekenmethode voor de waarden in het paspoort — de verplichting om te meten volgt namelijk pas uit diezelfde gedelegeerde handeling die de productvereisten zelf vaststelt.

Voor welke waarden dit geldt, en voor welke nog niet

Deze methodiek is bedoeld voor de waarden die straks daadwerkelijk in een productpaspoort moeten staan: gegevens over bijvoorbeeld energieverbruik, reparatievriendelijkheid, recyclinginhoud of levensduur, zoals bedoeld in de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR. Die artikelen benoemen de soorten vereisten die gesteld kunnen worden — ecologisch-ontwerpvereisten, prestatie-eisen en informatie-eisen — maar niet de meetmethode zelf. Die volgt uit artikel 39, en pas concreet zodra de gedelegeerde handeling voor de betreffende deelcategorie is gepubliceerd.

Wat hier niet onder valt: algemene claims over duurzaamheid die een fabrikant nu al op verpakking of website voert, buiten het paspoort om. Dat soort claims valt onder ander recht (zoals regels tegen misleidende milieuclaims) en niet onder de meetmethodiek van artikel 39. Ook vrijwillige duurzaamheidslabels of interne bedrijfsnormen vallen hier niet onder — die kunnen prima bestaan naast het paspoort, maar zijn niet wat artikel 39 regelt.

Nog geen vaste datum, wel een vast kader

Er is nog geen gepubliceerde gedelegeerde handeling voor elektronica en ICT-apparatuur, en dus ook geen vastgestelde meetmethode per productgroep. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 worden dergelijke handelingen per deelcategorie verwacht vanaf 2027, maar een concrete datum voor elektronica en ICT staat op dit moment niet vast. Tot een gedelegeerde handeling is gepubliceerd, geldt er geen verplichting om volgens een specifieke methode te meten voor het productpaspoort — simpelweg omdat de verplichting tot een paspoort voor deze categorie er nog niet is. Wel staat het algemene kader van artikel 39 al vast: elke toekomstige methode moet aan de daar genoemde eisen van betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en reproduceerbaarheid voldoen. Zodra de gedelegeerde handeling voor een deelcategorie wordt gepubliceerd, wordt die datum en de bijbehorende methode hier vermeld.

Wat een fabrikant of importeur nu al kan voorbereiden

Wachten tot de gedelegeerde handeling er is, is geen verplichting, maar wie op tijd wil zijn kan alvast een aantal dingen op orde brengen. Als eerste stap loont het om in kaart te brengen welke waarden waarschijnlijk relevant worden voor de eigen productcategorie — denk aan energieverbruik, materiaalsamenstelling, reparatiegegevens — op basis van de soorten vereisten die de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR al noemen. Vervolgens is het zinvol te inventariseren welke van die waarden al worden gemeten volgens bestaande normen (bijvoorbeeld energielabel-methodieken of RoHS-rapportages), omdat een deel van die bestaande testinfrastructuur mogelijk aansluit bij een toekomstige ESPR-methode. Daarna is het raadzaam de eigen documentatieketen op orde te brengen: wie meet welke waarde, met welk instrument, en hoe wordt dat vastgelegd — want reproduceerbaarheid, zoals artikel 39 vereist, begint bij een herleidbaar proces. Tot slot loont het de gedelegeerde handelingen voor de eigen productcategorie te blijven volgen zodra het ESPR-werkplan concreter wordt, zodat de overstap naar de definitieve methode geen verrassing is.

Waar dit op is gebaseerd: artikel 39 en de artikelen 5 tot en met 7

Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) vormt de wettelijke basis voor test-, meet- en berekeningsmethoden binnen het ecologisch-ontwerpkader, en bepaalt de kwaliteitseisen waaraan zulke methoden moeten voldoen. De artikelen 5 tot en met 7 van dezelfde verordening beschrijven welke soorten vereisten — ecologisch ontwerp, prestaties en informatie — via gedelegearde handelingen per productgroep kunnen worden vastgesteld, en daarmee ook welke waarden straks gemeten moeten worden volgens de methode uit artikel 39. Beide bepalingen laten de concrete invulling per productcategorie over aan latere gedelegeerde handelingen, wat verklaart waarom er voor elektronica en ICT-apparatuur nu nog geen vaste meetmethode is aan te wijzen.

Wie nu al wil beginnen, kan het beste starten met het in kaart brengen van de eigen productwaarden en bestaande meetprocessen, en de publicatie van de gedelegeerde handeling voor de eigen deelcategorie in de gaten houden — zodra die verschijnt, wordt de bijbehorende methode en datum op deze plek aangevuld.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De waarden die in een productpaspoort komen — energieverbruik, gewicht, aandeel gerecycled materiaal, levensduur van onderdelen — moeten ergens vandaan komen. Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt dat die waarden worden bepaald volgens vastgestelde test-, meet- en berekeningsmethoden. Niet iedere fabrikant meet dus op zijn eigen manier; er komt per productgroep een methode die voorschrijft hoe een waarde tot stand komt.

Methode volgen zodra die er is

Voor elke productgroep die onder de ESPR valt, komt een gedelegeerde handeling met daarin de eisen uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) — de ecologisch ontwerp-, prestatie- en informatievereisten — en de bijbehorende meetmethode uit artikel 39. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral: wachten op de productgroep-specifieke handeling en die dan toepassen, niet zelf een meetmethode kiezen of bedenken. Zolang de handeling voor een deelcategorie van elektronica of ICT-apparatuur nog niet is gepubliceerd, ligt ook de methode nog niet vast.

Testen onder gestandaardiseerde omstandigheden

Waar de methode verwijst naar een geharmoniseerde norm of een testprotocol, betekent dat voor de praktijk dat een meting wordt herhaald onder vaste condities — vaste temperatuur, vaste belasting, vaste testduur — zodat de uitkomst vergelijkbaar is met die van een concurrent. Een bedrijf dat nu al testrapporten laat opstellen door een laboratorium of testhuis, doet dat waarschijnlijk al volgens een bestaande norm; die testopzet kan de basis vormen zodra de ESPR-methode voor de eigen productgroep bekend is.

Herleidbaarheid van de gemeten waarde

Een waarde in het paspoort staat niet op zichzelf: er moet aangetoond kunnen worden hoe die waarde is verkregen. Dat raakt direct aan welke gegevens komen er in het productpaspoort van elektronica? — de waarde die daar straks moet staan, is dezelfde waarde die volgens de voorgeschreven methode is gemeten of berekend. Voor een bedrijf van deze omvang betekent dit dat de link tussen testrapport en paspoorttekst intact moet blijven, ook als het paspoort door iemand anders wordt samengesteld dan door degene die de test heeft laten uitvoeren.

Berekende waarden onderbouwen

Niet elke waarde wordt gemeten in een lab; sommige worden berekend, bijvoorbeeld op basis van samenstelling van materialen of op basis van gegevens van toeleveranciers. Ook daarvoor geldt dat de berekeningsmethode uit de gedelegeerde handeling volgt, niet uit een eigen inschatting. Dit speelt sterk bij het melden van welke kritieke grondstoffen moet ik in het paspoort melden?, waar het aandeel van een grondstof vaak wordt afgeleid uit de opgave van een toeleverancier in de keten, en die opgave op haar beurt weer volgens een methode moet zijn bepaald.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties komen relatief vaak terug wanneer bedrijven zich voorbereiden op meetverplichtingen:

  • Oude testrapporten worden zonder controle overgenomen. Een testrapport van drie jaar oud, opgesteld voor een ander doel (bijvoorbeeld een energie-label), wordt automatisch als basis voor het paspoort gebruikt, zonder te checken of de testomstandigheden overeenkomen met wat de ESPR-methode straks vraagt.
  • Leveranciers leveren een getal zonder methode. Een toeleverancier in Azië levert een percentage gerecycled materiaal aan, maar niet hoe dat percentage is vastgesteld. Dat getal komt dan in het paspoort terecht zonder dat er iets bekend is over de herleidbaarheid.
  • Verschillende testhuizen, verschillende uitkomsten. Twee testrapporten voor hetzelfde apparaat — één van een intern lab, één van een extern testhuis — geven een net iets andere waarde voor energieverbruik. Niemand heeft vastgelegd welke methode leidend is en waarom.
  • Berekende waarden worden verward met gemeten waarden. Een gewicht aan kritieke grondstoffen wordt geschat op basis van een technische tekening, terwijl de bedoeling is dat dit uit een onderbouwde berekening of meting volgt.
  • De methode verandert, het paspoort niet. Een gedelegeerde handeling wordt bijgewerkt of aangescherpt, maar de waarde in een al gepubliceerd paspoort wordt niet herzien — terwijl hoe vaak moet ik de gegevens in het productpaspoort bijwerken? juist relevant wordt zodra de onderliggende meetmethode wijzigt.

Wat u kunt vastleggen

Voor bedrijven die nu al willen voorsorteren op de meetverplichting, is het praktisch om het volgende vast te leggen of te verzamelen:

  • Testrapporten per productgroep, met daarbij de gebruikte norm of testprotocol, de testomstandigheden en de datum van uitvoering.
  • Naam en gegevens van het testhuis of laboratorium dat de meting heeft uitgevoerd, inclusief eventuele accreditatie.
  • Een overzicht van welke waarden gemeten zijn en welke berekend zijn, met per berekende waarde de gebruikte formule of aanname.
  • Correspondentie met toeleveranciers over aangeleverde waarden, zodat herleidbaar blijft waar een getal — bijvoorbeeld voor hoe leg ik het energieverbruik van een apparaat vast? — vandaan komt.
  • Een versiehistorie per productgroep, zodat bij een wijziging van de gedelegeerde handeling duidelijk is welke waarden opnieuw gemeten of herberekend moeten worden.
  • Een vast contactpunt of proces voor het herstellen van een onjuiste waarde, voor het geval een gemeten of berekende waarde later onjuist blijkt — zie ook ik heb een fout ontdekt in het productpaspoort, wat nu.

Zolang de gedelegeerde handeling met de meetmethode voor een specifieke deelcategorie van elektronica of ICT-apparatuur nog niet is gepubliceerd, is dit vooral een kwestie van ordening: bestaande testgegevens en toeleveranciersinformatie zo vastleggen dat ze straks eenvoudig te toetsen zijn aan de methode die dan geldt.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.