elektropas.com

Is de AI-verordening in het buitenland anders dan in Nederland?

De AI-verordening geldt in de hele EU op dezelfde manier, maar het toezicht, de taal van documentatie en de manier van handhaven verschillen per land. Dit artikel legt uit wat gelijk blijft en wat u per land moet nagaan.

Als uw bedrijf ook buiten Nederland actief is, of software of apparatuur gebruikt die door een leverancier in een ander EU-land is ontwikkeld, is de kortste geruststelling deze: de AI-verordening is een verordening en geen richtlijn. Dat betekent dat de tekst rechtstreeks geldt in alle EU-lidstaten, zonder dat elk land de regels eerst in eigen wetgeving hoeft om te zetten. De verplichtingen, definities en risicocategorieën zijn dus overal in de EU hetzelfde uitgangspunt.

Wat wél per land kan verschillen, zit niet in de verordening zelf maar in de uitvoering ervan. Elke lidstaat wijst eigen toezichthouders aan, bepaalt hoe klachten worden afgehandeld en werkt de sanctiebandbreedte die de verordening voorschrijft op eigen wijze uit binnen de grenzen die de verordening daarvoor stelt. Voor een bedrijf dat in meerdere landen actief is, is dat het punt om aandacht aan te besteden: niet de inhoud van de regels, maar de manier waarop ze lokaal worden gecontroleerd en gehandhaafd.

Wat overal in de EU gelijk is

De indeling in risicocategorieën, de verplichtingen die daarbij horen voor aanbieders en gebruikers van AI-systemen, en de definities van begrippen zoals 'aanbieder' en 'gebruiksverantwoordelijke' staan in de verordening zelf en gelden voor elk EU-land op dezelfde manier. Een AI-systeem dat in Nederland als hoogrisico wordt aangemerkt, valt in Duitsland, Frankrijk of Polen onder dezelfde categorie. Dat is precies het doel van een verordening: één regelkader voor de hele interne markt, zodat bedrijven niet voor elk land opnieuw hoeven uit te zoeken onder welke categorie hun systeem valt.

Wat per land kan verschillen

De eerste plek waar landen uiteenlopen, is het toezicht. Elke lidstaat wijst zijn eigen markttoezichthouder of toezichthouders aan voor de AI-verordening, en in sommige landen ligt die taak bij meerdere instanties tegelijk, afhankelijk van de sector. Voor Nederland is het beeld nog in ontwikkeling; welke toezichthouder welk deel van het toezicht krijgt, wordt door de nationale overheid bepaald en is niet iets wat in de verordening zelf al vastligt.

Een tweede verschil zit in taal. Informatie die aan gebruikers of consumenten moet worden gegeven over een AI-systeem, moet begrijpelijk zijn voor degene die het gebruikt. In de praktijk betekent dit dat documentatie, gebruiksaanwijzingen of meldingen over AI-gebruik vaak in de taal van het land moeten worden aangeboden waar het systeem wordt ingezet. Een bedrijf dat dezelfde software in meerdere landen gebruikt, doet er daarom goed aan na te gaan of de leverancier die vertalingen ook daadwerkelijk levert.

Een derde verschil zit in de manier waarop sancties worden vastgesteld. De verordening geeft bandbreedtes voor boetes, maar de precieze uitwerking en de wijze van handhaven kan van land tot land verschillen, net zoals dat nu ook al zo is bij de AVG. Toezichthouders in verschillende landen kunnen dezelfde overtreding op een andere manier beoordelen, al is daar op dit moment nog weinig praktijkervaring over.

Wat dit betekent voor een bedrijf met vestigingen in meerdere landen

Voor een MKB-bedrijf dat bijvoorbeeld installatiewerk doet in Nederland en België, of personeel heeft in meerdere landen, is het praktische gevolg vooral dit: de vraag óf een AI-systeem onder de verordening valt en in welke risicocategorie het zit, hoeft u maar één keer te beantwoorden. De vraag bij wie u moet zijn als er iets misgaat, en in welke taal uw documentatie klaar moet liggen, verschilt wél per land waar u actief bent.

Het is daarom zinvol om deze twee vragen apart te houden. De inhoudelijke beoordeling van een AI-systeem kunt u in een paar vragen laten toetsen, ongeacht in welk EU-land u actief bent. De vraag welke toezichthouder in een specifiek land bevoegd is en hoe die daar concreet mee omgaat, is iets waarvoor navraag bij die toezichthouder of een jurist in dat land nodig blijft; dat is geen vraag die in algemene voorlichting te beantwoorden is.

Voor bedrijven die naast de AI-verordening ook te maken krijgen met het digitaal productpaspoort geldt eenzelfde soort onderscheid tussen wat overal gelijk is en wat per land verschilt. Meer daarover leest u in de kennisbank per onderwerp, waar de landspecifieke aandachtspunten apart staan aangegeven.

Omdat de nationale uitwerking van toezicht nog volop in ontwikkeling is, is het raadzaam periodiek te controleren of er in een land waar u actief bent iets is veranderd. Hoe wij die informatie bijhouden en waar de gegevens vandaan komen, leest u op de pagina over onze werkwijze.

Wilt u weten waar uw bedrijf op dit moment staat ten opzichte van de AI-verordening, ongeacht in welke EU-landen u actief bent? Doe de gratis quick-scan of blader door de onderwerpen in de veelgestelde vragen om te zien welke vraag het dichtst bij uw situatie komt.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.