elektropas.com

Verkoopt u elektronica ook in andere EU-landen? Dit verschilt er aan het digitaal productpaspoort

Het digitaal productpaspoort komt uit één EU-verordening, maar wie in meerdere landen verkoopt merkt dat toezicht, taal en nationale registraties toch kunnen verschillen.

Eén verordening, maar niet overal identiek in de uitvoering

Als u elektronica of ICT-apparatuur verkoopt in meerdere EU-landen, is de eerste geruststelling dat het digitaal productpaspoort voortkomt uit één verordening: de ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation). Een verordening werkt anders dan een richtlijn. Een richtlijn moet ieder land eerst in eigen wetgeving omzetten, en dat leidt vaak tot kleine verschillen tussen landen. Een verordening geldt daarentegen rechtstreeks en op dezelfde manier in alle lidstaten, zonder tussenstap. De inhoudelijke eisen aan het paspoort zelf — welke gegevens erin moeten, hoe lang het beschikbaar moet blijven, wat de QR-datadrager moet doen — zijn dus in beginsel overal in de EU gelijk.

Wat wél kan verschillen, zit niet in de inhoud van het paspoort maar in de uitvoering eromheen: welke instantie er toezicht houdt, in welke taal informatie voor de gebruiker beschikbaar moet zijn, en welke andere, al bestaande nationale verplichtingen naast het paspoort blijven bestaan. Dat zijn drie aparte punten, en ze worden hieronder één voor één uitgelegd.

De toezichthouder is per land een andere organisatie

Markttoezicht op productregels is in de EU altijd nationaal georganiseerd, ook bij verordeningen die verder overal gelijk zijn. Dat betekent dat de instantie die in Nederland toezicht houdt op elektronica en ICT-apparatuur, niet dezelfde is als de instantie in Duitsland, België of Frankrijk. Elke lidstaat wijst zijn eigen toezichthouder aan en bepaalt zelf hoe die controles inricht. Voor uw bedrijf verandert de inhoud van het paspoort daardoor niet, maar het is wel goed te weten dat een vraag of controle in een ander land via een andere organisatie loopt dan u in Nederland gewend bent. Welke instantie dat precies is, en hoe die te werk gaat, maakt elk land afzonderlijk bekend.

Taal: nog geen uitgekristalliseerde regel per productgroep

Een vraag die geregeld terugkomt: moet de informatie in het paspoort in de taal van elk land staan waar het product verkocht wordt? Bij veel bestaande EU-productregels is de gedachte dat informatie voor de eindgebruiker begrijpelijk moet zijn, en dat wordt in de praktijk vaak vertaald naar de taal van het land van verkoop. Voor het digitaal productpaspoort wordt dit per productgroep verder uitgewerkt in de gedelegeerde handelingen die de Europese Commissie nog moet publiceren. Op dit moment staat dus nog niet definitief vast hoe taal precies geregeld wordt voor elektronica en ICT-apparatuur. Zodra een gedelegeerde handeling voor uw productgroep verschijnt, is dat het moment om dit specifiek na te gaan, bijvoorbeeld met een jurist of via de officiële tekst.

Nationale verplichtingen blijven naast het paspoort bestaan

Het digitaal productpaspoort komt niet in de plaats van bestaande nationale registraties. Een bekend voorbeeld is de producentenregistratie onder de WEEE-regels voor elektronische apparatuur: die registratie loopt per land via een eigen register en eigen voorwaarden, en blijft gewoon bestaan naast het paspoort. Wie in meerdere landen verkoopt, kan dus te maken krijgen met meerdere nationale registraties tegelijk, terwijl het paspoort zelf één EU-breed gegeven blijft. Dit soort samenloop tussen nieuwe en bestaande regelgeving is precies het type vraag waar de kennisbank per situatie op ingaat, zodat u niet zelf hoeft uit te zoeken welke verplichting van welk kader afkomstig is.

En buiten de EU?

Het digitaal productpaspoort is een EU-instrument. Verkoopt u ook buiten de Europese Unie, dan gelden daar de eigen regels van dat land of die regio, die los staan van de ESPR. Andere landen kunnen eigen labeling- of informatieverplichtingen hebben, of nog geen vergelijkbaar systeem kennen. Voor export buiten de EU is het dus zaak die regels apart te bekijken; het digitaal productpaspoort zegt daar op zichzelf niets over.

Wat dit voor de praktijk betekent

Voor een bedrijf dat in meerdere EU-landen actief is, is de kern dat de inhoud van het paspoort niet per land verandert, maar dat de omgeving eromheen dat wel kan doen: een andere toezichthouder, mogelijk andere taalvereisten zodra die per productgroep zijn vastgesteld, en nationale registraties die naast het paspoort blijven bestaan. Wilt u voor uw eigen productgroep en verkoopmarkten scherp krijgen welke onderdelen EU-breed gelijk zijn en welke landspecifiek zijn, dan helpt het om dat systematisch na te lopen in plaats van per land losse vragen te beantwoorden.

Benieuwd hoe dit voor uw producten en verkoopmarkten ligt? Doe de gratis quick-scan en zie in een paar vragen waar u staat, bekijk hoe wij de gegevens verzamelen en waar ze vandaan komen, of blader door de antwoorden op vragen die vaker terugkomen.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.