Hoe verhoudt RoHS zich tot het digitaal productpaspoort?
RoHS en het paspoort zijn twee aparte verplichtingen
RoHS en het digitaal productpaspoort zijn twee losse regelingen die naast elkaar blijven bestaan. RoHS (Richtlijn 2011/65/EU) beperkt het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, zoals lood en kwik. Het digitaal productpaspoort komt voort uit de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) en gaat over iets anders: het beschikbaar stellen van informatie over een product, zodat die informatie voor gebruikers, reparateurs, recyclers en toezichthouders vindbaar is via een QR-code of vergelijkbare datadrager. De ene regeling stelt grenzen aan wat er in een product mag zitten, de andere regelt hoe informatie over dat product wordt ontsloten. Het paspoort vervangt de RoHS-verplichtingen dus niet en maakt ze ook niet overbodig; het komt ernaast te staan.
Voor welke apparatuur en welke stoffen dit geldt
RoHS geldt voor elektrische en elektronische apparatuur zoals gedefinieerd in Richtlijn 2011/65/EU, en beperkt het gehalte aan een vaste lijst van stoffen die als gevaarlijk zijn aangemerkt. Deze richtlijn bestaat los van de ESPR en blijft van toepassing ongeacht of, en wanneer, voor een productcategorie een digitaal productpaspoort verplicht wordt. Het paspoort onder de ESPR werkt juist andersom: de eisen worden per productcategorie vastgesteld via gedelegeerde handelingen (artikel 5 tot en met 7 van de ESPR), en gaan over ecologisch ontwerp, prestaties en informatie in bredere zin — denk aan duurzaamheid, herstelbaarheid, recyclebaarheid en materiaalgebruik. RoHS-stoffen kunnen daarbij onderdeel zijn van de informatie die een paspoort ontsluit, maar het paspoort zelf verandert niets aan wat er wel of niet in een product mag zitten. Voor apparatuur die niet onder de RoHS-richtlijn valt, blijft die richtlijn dus ook niet van toepassing — het paspoort creëert geen nieuwe RoHS-plicht voor apparatuur die daar nu al buiten valt.
RoHS geldt al, het paspoort nog niet
RoHS is een bestaande, geldende richtlijn; de verplichtingen die daaruit volgen lopen gewoon door, onafhankelijk van de planning rond het productpaspoort. Het digitaal productpaspoort voor elektronica en ICT-apparatuur is er nog niet. De ESPR werkt met een werkplan voor de periode 2025-2030, waarin per deelcategorie wordt bepaald wanneer en met welke inhoud een paspoort verplicht wordt. Voor gedelegeerde handelingen die de concrete eisen per categorie vastleggen, wordt gerekend vanaf 2027, maar een vaste datum is er nog niet. Zodra zo'n handeling voor een deelcategorie is gepubliceerd, is pas duidelijk wanneer het paspoort voor die categorie verplicht wordt en wat er precies in moet staan. Tot die tijd verandert er dus niets aan de RoHS-verplichtingen, en is er ook nog geen paspoorteis waaraan voldaan moet worden.
Wat dit voor een fabrikant of importeur betekent
Wie nu al aan RoHS voldoet, hoeft daarvoor niets te wijzigen naar aanleiding van het toekomstige paspoort — de technische documentatie, de conformiteitsverklaring en de CE-markering die bij RoHS horen, blijven op dezelfde manier gelden. Waar het wel praktisch is om nu al bij stil te staan: de gegevens die voor RoHS-conformiteit al worden bijgehouden (zoals informatie over materialen en samenstelling) zijn precies het soort informatie waar een toekomstig paspoort naar zal vragen. Een administratie die op orde is voor RoHS, is dus ook een goede basis zodra voor een productcategorie een paspoorteis wordt vastgesteld. Voor nu geldt vooral: RoHS-verplichtingen blijven ongewijzigd doorlopen, en het paspoort is iets dat er ná een gedelegeerde handeling voor de eigen productcategorie bijkomt, niet iets dat RoHS vervangt of relativeert. Wie beide zaken apart in de gaten houdt — RoHS als lopende verplichting, het paspoort als aankomende, categoriegebonden verplichting — loopt niet het risico om iets over het hoofd te zien.
De wettelijke basis: RoHS-richtlijn en ESPR-artikelen 5 tot en met 7
De beperking van gevaarlijke stoffen volgt uit Richtlijn 2011/65/EU, die los staat van de ESPR en een eigen toepassingsgebied en eigen stoffenlijst kent. De grondslag voor het digitaal productpaspoort ligt in de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), met name in de artikelen 5 tot en met 7, die gaan over de vereisten inzake ecologisch ontwerp, waaronder prestatie- en informatievereisten. Deze artikelen vormen het kader waarbinnen per productcategorie, via gedelegeerde handelingen, wordt bepaald welke informatie een paspoort moet bevatten. Omdat het om twee verschillende rechtsinstrumenten gaat, met elk hun eigen reikwijdte en hun eigen tijdlijn, is het niet zo dat de ene regeling de andere vervangt of erin opgaat.
Wie wil weten wat er voor een specifiek product geldt, doet er goed aan de tekst van Richtlijn 2011/65/EU te raadplegen voor de actuele RoHS-verplichtingen, en het ESPR-werkplan te volgen voor het moment waarop de eigen productcategorie aan de beurt is voor een gedelegeerde handeling. Zodra die handeling er is, wordt hier de datum en de inhoud van de paspoortplicht voor die categorie toegevoegd.
Waar dit op gebaseerd is
- Richtlijn 2011/65/EU (beperking van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
RoHS en het digitaal productpaspoort zijn twee verschillende verplichtingen die naast elkaar blijven bestaan. RoHS (Richtlijn 2011/65/EU) regelt welke gevaarlijke stoffen niet, of alleen tot een bepaalde grenswaarde, in elektrische en elektronische apparatuur mogen zitten. Het productpaspoort, zoals uitgewerkt in de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), regelt hoe informatie over een product wordt vastgelegd en toegankelijk gemaakt. Het paspoort vervangt RoHS niet en RoHS-naleving levert ook niet automatisch een correct paspoort op. Voor een bedrijf betekent dit dat beide sporen apart aandacht vragen, ook als ze straks in de praktijk vaak samenkomen in dezelfde technische documentatie.
RoHS-conformiteit blijft een aparte verplichting
De verplichting om apparatuur te toetsen aan de RoHS-grenswaarden voor stoffen zoals lood, cadmium en bepaalde broomhoudende vlamvertragers, staat op zichzelf en verandert niet door de komst van het paspoort. Voor een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat het bestaande proces van materiaalverklaringen ophalen bij toeleveranciers, testrapporten bewaren en de CE-markering onderbouwen, gewoon blijft lopen zoals het nu al loopt. Er komt geen nieuwe stoffentoets bij door het paspoort; wel kan de informatie die al voor RoHS wordt verzameld, deels herbruikt worden.
Het paspoort vraagt om andere, aanvullende informatie
Waar RoHS vraagt "zit er iets in dat niet mag, of niet boven de grens mag", vraagt het paspoort veel breder: iets over herkomst, samenstelling voor zover relevant voor circulariteit, reparatie, software-ondersteuning en meer. Artikel 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft welke informatievereisten voor een productgroep kunnen worden vastgesteld. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat de afdeling die nu de RoHS-dossiers beheert, waarschijnlijk niet dezelfde afdeling is die straks alle paspoortgegevens aanlevert — inkoop, engineering en compliance zullen samen moeten bepalen wie wat aanlevert. Welke gegevens precies in het paspoort van elektronica terechtkomen, verschilt per productgroep; een overzicht daarvan staat bij welke gegevens komen er in het productpaspoort van elektronica.
Beide dossiers moeten onderling consistent zijn
Een apparaat dat volgens het RoHS-dossier voldoet aan de stoffenbeperking, maar in het paspoort een andere materiaalsamenstelling toont, roept vragen op — ook al zijn het formeel twee losse documenten. Voor een bedrijf betekent dit dat het raadzaam is om bij het opstellen van het paspoort te controleren of de gegevens niet tegenstrijdig zijn met wat al in het RoHS-dossier en de CE-conformiteitsverklaring staat. Dat is geen wettelijke koppeling die uit de tekst van beide regelingen volgt, maar een praktische consistentie die een importeur of fabrikant zelf bewaakt.
De gegevens moeten actueel en traceerbaar blijven
Zowel RoHS-informatie als paspoortgegevens hebben een houdbaarheidsdatum: een wijziging in een toeleveringsketen, een andere leverancier van een onderdeel, of een aangepaste receptuur kan beide dossiers raken. Hoe vaak de gegevens in het paspoort precies bijgewerkt moeten worden, is te lezen bij hoe vaak moet ik de gegevens in het productpaspoort bijwerken. Voor een bedrijf van deze omvang betekent dit dat een wijziging in de toeleveringsketen niet alleen bij de kwaliteitsafdeling voor RoHS gemeld moet worden, maar ook bij wie het paspoort beheert.
Waar het misgaat in de praktijk
Een veelvoorkomende situatie is dat een bedrijf denkt dat het RoHS-testrapport ook dienst kan doen als onderbouwing voor het paspoort, terwijl het paspoort andere gegevens vraagt die nergens in dat rapport staan — zoals reparatiegegevens of informatie over kritieke grondstoffen.
Een tweede situatie ontstaat wanneer de RoHS-documentatie wordt beheerd door de kwaliteitsafdeling en het paspoort door een andere afdeling, zonder dat er onderling wordt afgestemd. Het gevolg is dat een materiaalwijziging wel in het ene dossier wordt doorgevoerd, maar niet in het andere.
Een derde situatie is dat een bedrijf de stoffeninformatie uit het RoHS-dossier één op één in het paspoort plaatst, zonder te checken of dat detailniveau wel openbaar gemaakt mag worden. Niet elk gegeven dat intern relevant is, is bedoeld voor een publiek paspoort; wat daarin wel en niet hoort te staan is uitgewerkt bij moet ik bedrijfsgevoelige gegevens over mijn elektronica openbaar maken.
Een vierde situatie is dat een importeur van buiten de EU aanneemt dat de RoHS-verklaring van de fabrikant in het land van herkomst automatisch ook de basis vormt voor het paspoort, terwijl de importeur zelf verantwoordelijk kan zijn voor het aanleveren van de paspoortgegevens richting het platform.
Een vijfde situatie is dat een productwijziging — bijvoorbeeld een andere printplaat-leverancier — wel wordt gemeld voor de RoHS-conformiteit, maar niet leidt tot een update van het paspoort, waardoor de twee dossiers uit elkaar gaan lopen zonder dat iemand het merkt.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van welke afdeling of functie verantwoordelijk is voor het RoHS-dossier en welke voor het paspoort, met een vast moment waarop beide worden vergeleken op onderlinge consistentie.
- Een intern proces waarin een wijziging in de toeleveringsketen (nieuwe leverancier, ander onderdeel, andere receptuur) automatisch leidt tot een check van zowel het RoHS-dossier als het paspoort.
- Een lijst van welke gegevens uit de RoHS-documentatie herbruikt kunnen worden voor het paspoort, en welke aanvullende gegevens apart verzameld moeten worden — bijvoorbeeld via het overzicht van eigenschappen per productgroep, te vinden bij welke gegevens moet ik precies invullen voor mijn soort apparaat.
- Een vaste werkwijze voor het geval een fout of tegenstrijdigheid tussen beide dossiers wordt ontdekt, inclusief wie die corrigeert en hoe; een aanpak daarvoor staat bij ik heb een fout ontdekt in het productpaspoort wat nu.
- Een bewaarplaats waarin RoHS-testrapporten, materiaalverklaringen en paspoortgegevens gekoppeld aan elkaar terug te vinden zijn, zodat bij een controle beide dossiers snel naast elkaar gelegd kunnen worden.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.