mijn product wisselt per batch hoe vul ik dan het paspoort in
Batchverschillen mogen, mits het paspoort dat volgt
Een licht verschil tussen productiebatches is op zichzelf geen probleem voor het digitale productpaspoort: het paspoort beschrijft een product zoals het daadwerkelijk is, niet een theoretisch gemiddelde. Waar het op aankomt, is dat de gegevens die in het paspoort staan overeenkomen met de werkelijke eigenschappen van het product dat bij die specifieke QR-code hoort. Als een batch anders is samengesteld — een ander onderdeel, een andere leverancier van een grondstof, een kleine aanpassing in het productieproces — dan is de vraag niet óf dat mag, maar hóe dat verschil in de gegevens terugkomt.
Voor identieke productgroepen, niet voor verschillende modellen
Deze vraag speelt specifiek bij producten die onder één modelnaam of productgroep worden verkocht, maar waarvan de samenstelling per batch licht wisselt — denk aan een kleine variatie in een onderdeel, een alternatieve leverancier voor een component, of een aanpassing die de fabrikant zelf als niet-ingrijpend beschouwt. Het gaat hier niet over situaties waarin een product een ander model, een andere typeaanduiding of een wezenlijk andere functie krijgt: dat is geen batchverschil maar een nieuw product, met een eigen paspoort. Het gaat ook niet over verschillen die de gemeten of berekende prestatie-eigenschappen van het product veranderen, zoals energieverbruik of repareerbaarheidsscore — dat raakt direct aan de eisen uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), die gaan over de ecologische ontwerpeisen en de prestatie- en informatievereisten waaraan een product moet voldoen. Batchverschillen die dergelijke eigenschappen beïnvloeden, vragen om een andere aanpak dan verschillen die puur administratief of cosmetisch zijn.
Nog geen vaste datum, wel een duidelijk werkplan
Er is nog geen vaste datum waarop het productpaspoort voor elektronica en ICT-apparatuur verplicht wordt. De ESPR werkt met een werkplan voor de periode 2025-2030, waarin per productcategorie gedelegeerde handelingen worden voorbereid en gepubliceerd; voor elektronica en ICT wordt dit vanaf 2027 verwacht. Pas met de publicatie van die gedelegeerde handeling wordt duidelijk welke specifieke informatie-eisen gelden voor deze productgroep, en dus ook hoe gedetailleerd batchvariaties daarin moeten worden vastgelegd. Tot die tijd is er geen wettelijke verplichting om een paspoort aan te maken, maar de algemene regels uit de ESPR over hoe een paspoort moet worden ingericht liggen al wel vast en geven een goed beeld van de richting. Meer over de manier waarop deze verplichting stapsgewijs ingaat, staat beschreven op de pagina over wanneer het productpaspoort verplicht wordt voor elektronica.
Zo pak je batchverschillen in de praktijk aan
De eerste stap is vaststellen of het batchverschil de gegevens in het paspoort daadwerkelijk raakt. Een verandering in een leverancier van een intern onderdeel die niets verandert aan de gemeten prestaties of samenstelling die in het paspoort staan, vraagt mogelijk geen aanpassing. Verandert het verschil wél een waarde die in het paspoort wordt vermeld — een gewicht, een materiaalsamenstelling, een reparatiescore — dan hoort die aanpassing in de gegevens van de betreffende batch te worden verwerkt, zodat de QR-code van die batch naar de juiste informatie verwijst. Dit betekent in de praktijk dat productinformatie op batchniveau, of op het niveau van een productievariant, bijgehouden moet worden in plaats van op het niveau van de algemene modelnaam.
De tweede stap is nagaan waar die batchinformatie vandaan komt. Bij veel elektronica en ICT-apparatuur komen onderdelen van meerdere toeleveranciers, en niet elke leverancier registreert evenveel detail over batchvariaties. Welke gegevens precies nodig zijn om dit goed te kunnen vastleggen, staat beschreven op de pagina over welke gegevens u van uw leverancier van elektronica moet opvragen. Bij producten die uit onderdelen van verschillende toeleveranciers voor hetzelfde component bestaan — waarbij dus per batch gewisseld kan worden tussen leveranciers — is het raadzaam om te kijken hoe dat in de praktijk wordt afgehandeld op de pagina over meerdere leveranciers voor hetzelfde onderdeel.
De derde stap is het vastleggen van een werkwijze: hoe wordt bepaald of een batchverschil klein genoeg is om niet te vermelden, en wie binnen de eigen organisatie of bij de leverancier daarover beslist. Dat is met name relevant omdat de ESPR ook eisen stelt aan het voorkomen van verslechtering van prestaties en het omzeilen van vereisten — een batchverschil dat structureel net onder een drempelwaarde blijft, is een ander scenario dan een oprecht kleine productievariatie.
Basis in artikel 10, getoetst via artikel 39 en 40
De kern van deze vraag ligt in artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat de vereisten beschrijft waaraan het digitale productpaspoort moet voldoen — waaronder dat de gegevens de kenmerken van het specifieke product moeten weergeven. Hoe die kenmerken worden vastgesteld, volgt uit artikel 39 van de ESPR, dat gaat over de test-, meet- en berekeningsmethoden die worden gebruikt om productgegevens te bepalen; deze methoden bepalen mede of een batchverschil binnen de gemeten marge valt of niet. Artikel 40 van de ESPR is relevant zodra een batchverschil zou kunnen worden gebruikt om aan vereisten te ontkomen of prestaties te laten verslechteren: dat artikel richt zich op het voorkomen van omzeiling en verslechtering van prestaties, en vormt daarmee de achtergrond waartegen een "klein" batchverschil wordt beoordeeld.
Wie op dit moment al met leveranciers in gesprek is over hoe batchgegevens worden aangeleverd, doet er goed aan dit vroeg vast te leggen in de inkoopafspraken; hoe dat eruit kan zien, staat op de pagina over het vastleggen van paspoortgegevens in het inkoopcontract. Zodra de gedelegeerde handeling voor elektronica en ICT wordt gepubliceerd, verschijnt de exacte datum en de precieze informatie-eisen voor deze productgroep op deze pagina.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 39 (test-, meet- en berekeningsmethoden)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 40 (voorkoming van omzeiling en verslechtering van prestaties)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Een product dat licht per productiebatch verschilt is in de elektronica- en ICT-sector eerder de regel dan de uitzondering: een andere chipleverancier na een tekort, een gewijzigde printplaatlaag, een firmware-update die tijdens de productie is doorgevoerd. De ESPR gaat daar niet apart op in met een specifieke "batchregel", maar de bestaande artikelen over ecologisch ontwerp, testmethoden en het paspoort zelf geven wel een kader voor hoe daarmee wordt omgegaan.
De informatie in het paspoort moet kloppen voor het product dat het draagt
Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) stelt eisen aan de inhoud en juistheid van het digitale productpaspoort. De informatie in het paspoort hoort te gaan over het product zoals dat daadwerkelijk op de markt wordt gebracht. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat het paspoort geen momentopname van "het model in het algemeen" is, maar gekoppeld is aan de eenheid, batch of typeaanduiding waarvoor het is opgesteld. Als een batch afwijkt op een kenmerk dat in het paspoort staat, ontstaat een spanning tussen wat het paspoort zegt en wat er daadwerkelijk is geleverd.
Prestatie- en informatievereisten gelden per product zoals het wordt verhandeld
De artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) leggen de basis voor de eco-ontwerpvereisten waaraan een product moet voldoen en die vervolgens in het paspoort worden weergegeven. Deze vereisten zijn niet geschreven voor "een gemiddeld exemplaar" maar voor het product zoals het op de markt verschijnt. Bij lichte batchverschillen ontstaat dan de vraag of de afwijking zit binnen de marge waarvoor de oorspronkelijke gegevens nog representatief zijn, of dat de afwijking zo groot is dat een deel van de batch eigenlijk een eigen dataset verdient.
Test-, meet- en berekeningsmethoden bepalen wat als representatief geldt
Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) gaat over de methoden waarmee wordt getest, gemeten en berekend of een product aan de vereisten voldoet. Deze methoden zijn relevant zodra er batchvariatie is: ze bepalen namelijk of één test op één representatief exemplaar voldoende basis is voor de paspoortgegevens van een hele reeks, of dat per wijziging opnieuw gemeten moet worden. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat de keuze van een testmonster en de onderbouwing daarvan iets is dat vastgelegd en herleidbaar moet zijn, niet iets dat losjes bij de kwaliteitsafdeling blijft liggen.
Omzeiling en verslechtering van prestaties mag niet, ook niet onbedoeld
Artikel 40 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) richt zich op het voorkomen van omzeiling en van verslechtering van de prestaties van een product ten opzichte van wat is opgegeven. Dit artikel is relevant wanneer batchvariatie leidt tot een prestatie die onder de opgegeven waarde in het paspoort zakt. Het gaat er niet om of de afwijking bewust is ontstaan; het gaat om het feit dat het paspoort iets anders claimt dan het product feitelijk levert.
Waar het misgaat in de praktijk
Een paar situaties komen in de elektronica- en ICT-sector geregeld terug.
Een fabrikant van witgoedonderdelen wisselt halverwege een productiejaar van chipleverancier omdat de oorspronkelijke leverancier niet kan leveren. De nieuwe chip heeft een net iets ander energieverbruik, maar het paspoort wordt niet bijgewerkt omdat "het toch hetzelfde model is".
Een ICT-fabrikant laat onderdelen bij verschillende toeleveranciers produceren, elk met een net iets andere samenstelling van kunststof. Het paspoort noemt materiaalgegevens die feitelijk alleen voor één van de toeleveranciers gelden — een situatie die zich makkelijk voordoet zodra sprake is van meerdere leveranciers voor hetzelfde onderdeel.
Een importeur van elektronica van buiten de EU krijgt van de fabrikant in het land van herkomst steeds dezelfde technische fiche, terwijl de productielijn in de praktijk per kwartaal een net iets andere versie aflevert. De importeur heeft daar zelf geen zicht op, en de vraag hoe daarmee wordt omgegaan raakt aan wat er speelt bij invoer van buiten de Europese Unie.
Een bedrijf laat de assemblage uitvoeren door een onderaannemer die tussentijds een onderdeel vervangt zonder dit expliciet te melden, waardoor de vraag ontstaat of de onderaannemer zelf ook gegevens moet aanleveren over die wijziging.
Een kwaliteitsafdeling test één exemplaar per jaar en gaat ervan uit dat die test representatief blijft voor alle batches die daarna volgen, zonder te documenteren of latere wijzigingen in het productieproces daar nog binnen vallen.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van welke onderdelen of materialen per batch kunnen wisselen, en welke daarvan invloed hebben op de gegevens die in het paspoort staan.
- De onderbouwing van het testmonster: welk exemplaar of welke batch is getest, en op basis van welke aanname dat representatief is voor andere batches.
- Een interne afspraak over wanneer een wijziging in de productie leidt tot een update van het paspoort, en wanneer die nog binnen de bestaande marge valt.
- Correspondentie met leveranciers over gewijzigde onderdelen, bijvoorbeeld als antwoord op de vraag welke gegevens u bij uw leverancier van elektronica opvraagt.
- Een vaste procedure om binnenkomende leveringsgegevens te vergelijken met de vorige batch, aansluitend op de aanpak die ook wordt beschreven bij het controleren van gegevens van een leverancier op juistheid.
- Contractuele afspraken met leveranciers over meldingsplicht bij wijzigingen, vastgelegd zoals beschreven bij afspraken in het inkoopcontract over de levering van paspoortgegevens.
- Een dossier per batch of productieperiode, zodat achteraf herleidbaar is welke gegevens bij welke batch horen — praktisch van belang zodra een toezichthouder vraagt naar de onderbouwing van een specifieke levering.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.