elektropas.com

Hoe controleer ik of de gegevens van mijn leverancier kloppen?

Controle draait om de testmethoden uit artikel 39

Gegevens van een leverancier controleren komt in de praktijk neer op nagaan of die gegevens tot stand zijn gekomen volgens een erkende test-, meet- of berekeningsmethode, en of er geen aanwijzingen zijn dat een product zich tijdens een test anders gedraagt dan in gebruik. Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft dat de Commissie per productcategorie methoden vaststelt waaraan test- en meetresultaten moeten voldoen: betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar, met tolerantiemarges en waar mogelijk gebaseerd op geharmoniseerde normen. Artikel 40 richt zich op iets anders maar verwants: het tegengaan van omzeiling, waarbij een product of de software erin zo is ontworpen dat het een testsituatie herkent en zich daaraan aanpast, of waarbij prestaties na verkoop verslechteren zonder dat dat zichtbaar wordt in de opgegeven gegevens. Voor wie gegevens van een leverancier ontvangt om te verwerken in een digitaal productpaspoort, zijn dit de twee ankerpunten: is een waarde bepaald volgens een vastgestelde methode, en zijn er signalen dat het product zich anders gedraagt dan de cijfers suggereren.

Waarvoor dit wel en niet geldt

Artikel 39 en 40 gaan over gegevens die onder de ecodesign-eisen van de ESPR vallen: prestatie-, duurzaamheids- en milieudata die met een test, meting of berekening zijn vastgesteld, zoals energieverbruik, levensduur of reparatiescores. Ze gaan niet over commerciële gegevens zoals prijs, garantievoorwaarden of leveringstermijnen, en ook niet over algemene productinformatie die geen test- of meetresultaat is. Artikel 40 is verder specifiek gericht op ontwerpkeuzes in het product of de bijbehorende software die een test kunnen herkennen of prestaties later laten verslechteren — het gaat niet over incidentele fouten in een spreadsheet of een verkeerd overgenomen getal. Voor dat soort fouten biedt de tekst van deze twee artikelen geen aanknopingspunt; die vallen eerder onder algemene zorgvuldigheid bij het aanleveren van gegevens.

De methoden zijn nog niet per categorie vastgesteld

Voor elektronica en ICT-apparatuur zijn de gedelegeerde handelingen die de concrete test-, meet- en berekeningsmethoden per deelcategorie vastleggen, nog niet gepubliceerd. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 worden die vanaf 2027 verwacht, per deelcategorie apart. Een vaste datum voor elektronica en ICT is er nog niet. Tot een gedelegeerde handeling voor een categorie is vastgesteld, gelden artikel 39 en 40 als algemeen kader — het beginsel dat methoden betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar moeten zijn, en dat omzeiling niet is toegestaan — maar zonder dat er al een specifieke, verplichte testmethode voor die categorie ligt om gegevens exact tegen af te zetten.

Zo pak je de controle in de praktijk aan

De eerste stap is nagaan of er voor de productcategorie al een gedelegeerde handeling is gepubliceerd met een vastgestelde methode of een geharmoniseerde norm. Is dat het geval, dan kan de leverancier gevraagd worden aan te geven volgens welke methode of norm een waarde is bepaald — dat maakt de gegevens herleidbaar en vergelijkbaar met wat de handeling voorschrijft. Is er nog geen gedelegeerde handeling, dan is dat op zichzelf al relevante informatie: de gegevens zijn dan niet te toetsen aan een verplichte methode, en het is zinvol om vast te leggen welke methode de leverancier wél heeft gebruikt, zodat dit later kan worden vergeleken zodra de officiële methode verschijnt. Een tweede stap is letten op signalen die passen bij artikel 40: gegevens die opvallend gunstig zijn ten opzichte van vergelijkbare producten, prestaties die afhankelijk lijken van specifieke testomstandigheden, of software-updates die de werking van het product kunnen beïnvloeden zonder dat dit terugkomt in de opgegeven data. Dat zijn geen zaken die zelf te "bewijzen" zijn vanuit een paspoort-platform, maar wel signalen om vast te leggen en, waar nodig, met de leverancier te bespreken of aan een toezichthouder voor te leggen. Tot slot is het praktisch om per gegeven te documenteren van wie het afkomstig is, op welk moment het is aangeleverd en op basis van welke methode of norm — zodat bij een latere gedelegeerde handeling snel duidelijk is welke gegevens nog aansluiten en welke een update nodig hebben.

De wettelijke basis: artikel 39 en 40 ESPR

Dat test- en meetresultaten aan een vastgestelde methode moeten voldoen, volgt uit artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat de Commissie de bevoegdheid geeft om per product of productgroep methoden vast te stellen en verwijst naar geharmoniseerde normen als basis voor een vermoeden van conformiteit. Dat omzeiling van die methoden niet is toegestaan, volgt uit artikel 40 van dezelfde verordening, dat ziet op ontwerp of software die een testsituatie herkent of prestaties na verkoop laat verslechteren.

Wie nu al gegevens van een leverancier verzamelt, kan het beste vastleggen welke methode of norm daaraan ten grondslag ligt en dit teruglezen zodra de gedelegeerde handeling voor de betreffende deelcategorie verschijnt; die publicatie is via het ESPR-werkplan te volgen.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.