elektropas.com

Waarom gelden er per soort apparaat andere regels?

Elke productgroep krijgt een eigen gedelegeerde handeling

De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is een kaderverordening: ze bepaalt de aanpak, maar vult de eisen per productgroep apart in via gedelegeerde handelingen. Dat verklaart waarom een wasmachine andere eisen krijgt dan een smartphone of een server: elk apparaat heeft een andere levensduur, andere materialen, ander reparatiegedrag en andere milieueffecten. In plaats van één set eisen voor alle elektronica en ICT samen, stelt de Europese Commissie per deelcategorie vast wat daarin moet staan: welke informatie op het paspoort komt, welke eisen aan reparatie, recyclebaarheid of energieverbruik gelden, en hoe dat wordt aangetoond. Zo'n handeling wordt per productgroep afzonderlijk voorbereid, geconsulteerd en vastgesteld, en dus ook op een eigen moment gepubliceerd.

Voor elektronica en ICT, per deelcategorie apart

Deze aanpak geldt voor de hele reikwijdte van de ESPR, niet alleen voor elektronica en ICT: textiel, meubels en bouwmaterialen krijgen op dezelfde manier hun eigen gedelegeerde handeling. Binnen elektronica en ICT zelf wordt weer verder onderverdeeld: witgoed, telecomapparatuur, informatica-apparatuur en andere deelcategorieën kunnen elk een eigen handeling krijgen, met eigen eisen en een eigen tijdpad. Dat betekent dat een importeur die zowel wasmachines als laptops op de markt brengt, voor elk van die twee te maken kan krijgen met een andere handeling, met een andere inhoud en mogelijk een ander moment van ingaan. Wat níet per deelcategorie verschilt, is het bestaan van de verplichting zelf en de basisstructuur van de verordening: de definitie van het digitaal productpaspoort, de rol van de marktdeelnemer die het paspoort aanlevert, en de manier waarop de QR-code als datadrager werkt, staan in de ESPR zelf en gelden straks voor alle deelcategorieën op dezelfde manier.

Nog geen vaste datum, wel een werkplan

Er is nog geen gepubliceerde gedelegeerde handeling voor elektronica en ICT, dus er is ook nog geen vaste ingangsdatum. Het werkplan van de Commissie voor de periode 2025-2030 noemt elektronica en ICT als een van de productgroepen waarvoor gedelegeerde handelingen worden voorbereid, met een verwachting dat de eerste handelingen vanaf 2027 gepubliceerd worden. Dat is een planning, geen toezegging: de daadwerkelijke publicatiedatum per deelcategorie hangt af van het verloop van de voorbereiding en consultatie voor die specifieke groep. Tot een handeling is gepubliceerd, geldt er voor die deelcategorie nog geen verplichting tot een digitaal productpaspoort. Zodra een handeling voor een deelcategorie binnen elektronica en ICT wordt gepubliceerd, wordt dat op deze plek met datum en vindplaats aangevuld.

Hoe dit in de praktijk uitpakt

Voor wie nu al elektronica of ICT-apparatuur importeert of produceert, betekent dit vooral dat de voorbereiding in stappen gaat. Eerst is van belang om te weten in welke deelcategorie een product valt, want dat bepaalt welke gedelegeerde handeling straks relevant is en wanneer die verwacht wordt. Daarna is het zaak de publicatie van het werkplan en de gedelegeerde handelingen te volgen, omdat pas dan duidelijk wordt welke gegevens op het paspoort moeten staan en vanaf welk moment dat verplicht is. Voor bedrijven die meerdere productgroepen voeren, loont het om per groep apart te volgen wanneer de betreffende handeling verschijnt, in plaats van uit te gaan van één gezamenlijke datum voor het hele assortiment. Zolang er voor een deelcategorie nog geen handeling is gepubliceerd, is er ook nog geen concrete inhoud om op te anticiperen; wat al wel vaststaat, is de structuur uit de ESPR zelf, zoals de rol van het paspoort en de QR-datadrager, en die structuur is bruikbaar als uitgangspunt bij het inrichten van de eigen gegevensstroom.

De wettelijke basis: artikel 4, 8 en 18 ESPR

Dat de eisen per productgroep apart worden vastgesteld, volgt uit artikel 4 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat de Commissie de bevoegdheid geeft om per productgroep gedelegeerde handelingen vast te stellen. Artikel 8 van dezelfde verordening beschrijft wat zo'n gedelegeerde handeling moet bevatten, waaronder de productspecifieke eisen en de gegevens die in het paspoort moeten komen. Artikel 18 regelt de prioritering en de planning: hierin is vastgelegd hoe de Commissie bepaalt welke productgroepen wanneer aan de beurt zijn, wat de basis vormt voor het werkplan 2025-2030.

Wie nu al wil voorsorteren, doet er goed aan eerst vast te stellen in welke deelcategorie het eigen product valt en die categorie aan te houden bij het volgen van het werkplan en de gedelegeerde handelingen. Zodra voor die categorie een handeling wordt gepubliceerd, is de inhoud en de ingangsdatum hier terug te vinden.

Wat u concreet moet doen

Wie voor het eerst leest over het digitaal productpaspoort verwacht vaak één set regels die voor "elektronica" geldt. Dat is niet hoe de ESPR is opgebouwd. De verordening zelf legt geen concrete eisen vast voor wasmachines, laptops of smartphones — die eisen komen per productgroep apart, via een gedelegeerde handeling. Daardoor kan het paspoort voor een deelcategorie andere inhoud, andere planning en andere ingangsdatum hebben dan voor een andere, ook als beide onder "elektronica en ICT" vallen.

De reden daarvoor staat in artikel 18 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781): de Europese Commissie stelt een werkprogramma op en prioriteert productgroepen op basis van criteria zoals milieu-impact, verkoopvolume en verbeterpotentieel. Een productgroep met veel milieu-impact of een groot marktvolume komt eerder aan de beurt dan een productgroep waarvoor dat minder speelt. Artikel 4 en artikel 8 van de ESPR bepalen vervolgens dat de Commissie via gedelegeerde handelingen per productgroep vastlegt welke gegevens, eisen en termijnen gaan gelden. Dat is bewust een gefaseerd proces: niet alle apparaten in één keer, maar stap voor stap, productgroep voor productgroep.

Wat er van u wordt verwacht

Nagaan onder welke deelcategorie een product valt

Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat meerdere productlijnen voert — bijvoorbeeld zowel witgoed als kleine keukenapparatuur — betekent dit dat niet automatisch dezelfde regels op elk product van toepassing zijn. Elke productlijn kan in een eigen gedelegeerde handeling terechtkomen, met een eigen tijdpad. Praktisch betekent dit dat een indeling per productgroep nodig is om te weten welke regeling wanneer relevant wordt, in plaats van te werken vanuit de aanname dat "elektronica" één blok is. Op deze pagina staat een overzicht van welke productgroepen binnen de elektronicabranche onder de ESPR vallen.

Volgen van het werkprogramma en de planning per productgroep

Omdat de Commissie prioriteert volgens artikel 18, verschijnen gedelegeerde handelingen niet gelijktijdig voor alle productgroepen. Voor een bedrijf betekent dit dat de planning van de eigen productgroep gevolgd moet worden, los van wat voor een andere productgroep al is gepubliceerd. Een leverancier van beeldschermen kan met een andere ingangsdatum te maken krijgen dan een leverancier van witgoed, ook al werken beide onder dezelfde ESPR. Wanneer het paspoort voor een specifieke categorie verplicht wordt, is terug te vinden zodra de bijbehorende handeling is gepubliceerd — zie ook deze uitleg over de verplichte ingangsdatum.

Klaarstaan voor verschillende inhoudelijke eisen per productgroep

Artikel 8 van de ESPR bepaalt dat elke gedelegeerde handeling zelf specifieke eisen bevat: over duurzaamheid, herstelbaarheid, recyclebaarheid of informatieverplichtingen, toegesneden op het soort product. Voor een bedrijf betekent dit dat de inhoud van het paspoort voor de ene productgroep kan afwijken van die voor de andere, ook binnen dezelfde bedrijfsvoering. Een fabrikant van zowel wasmachines als kleine ICT-randapparatuur kan dus met twee verschillende gegevenssets te maken krijgen. Welke gegevens concreet worden verwacht, verschilt dus per categorie — een algemeen beeld daarvan staat op de pagina over welke gegevens in het paspoort komen.

Rekening houden met verschillen ondanks een gemeenschappelijk kader

De gedelegeerde handelingen worden opgesteld binnen het kader dat de ESPR zelf schetst, maar de invulling verschilt. Voor een bedrijf betekent dit dat kennis over het productpaspoort in algemene zin — wat het is en waarom het bestaat — niet vervangt wat een specifieke handeling voor de eigen productgroep gaat bepalen. Een algemene inleiding op het onderwerp staat op deze pagina over wat een digitaal productpaspoort inhoudt, maar de concrete verplichting volgt pas uit de handeling die op de eigen productgroep van toepassing is.

Waar het misgaat in de praktijk

Een bedrijf gaat ervan uit dat omdat er voor de ene productgroep al een gedelegeerde handeling is gepubliceerd, dezelfde eisen ook automatisch gelden voor een andere productgroep die het bedrijf ook voert. Dat blijkt niet zo te werken: elke productgroep heeft zijn eigen handeling, met eigen inhoud en eigen datum.

Een ander terugkerend patroon: een bedrijf leest dat "elektronica" onder de ESPR valt en neemt aan dat er dus al een verplichting is, terwijl voor de eigen specifieke productgroep de gedelegeerde handeling nog niet is vastgesteld. Het onderscheid tussen "de ESPR is van toepassing als kaderwet" en "er is al een concrete verplichting voor mijn productgroep" wordt dan over het hoofd gezien.

Bedrijven die een productportfolio hebben dat over meerdere deelcategorieën loopt — bijvoorbeeld zowel grote als kleine huishoudelijke apparaten — plannen soms één interne aanpak voor "het paspoort", terwijl er straks meerdere aanpakken nodig kunnen zijn omdat de inhoud en planning per deelcategorie verschillen.

Er wordt ook wel eens verondersteld dat een product dat een batterij bevat onder dezelfde regeling valt als het apparaat zelf, terwijl batterijen een eigen regelgevend traject kunnen hebben, los van de productgroep-indeling onder de ESPR — zie de toelichting over apparaten met een batterij erin.

Tot slot: bedrijven wachten soms passief af tot "het paspoort verplicht wordt" zonder te volgen welke productgroep als eerste aan de beurt is volgens de prioritering uit artikel 18. Daardoor komt de eigen deelcategorie later in beeld dan wenselijk, terwijl de publicatie van de handeling voor die groep al eerder bekend was.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van de eigen productgroepen of productlijnen, met daarbij de vraag of en wanneer voor elke groep een gedelegeerde handeling wordt verwacht.
  • Een logboek waarin wordt bijgehouden welke gedelegeerde handelingen al zijn gepubliceerd voor de productgroepen die het bedrijf voert, en welke nog in het werkprogramma van artikel 18 staan.
  • Een interne toewijzing van verantwoordelijkheid: wie volgt de publicatie van gedelegeerde handelingen per productgroep, en wie zet dat om naar een actiepunt richting inkoop, productontwikkeling of compliance.
  • Documentatie over de indeling van producten in deelcategorieën, inclusief de onderbouwing daarvan, zodat bij twijfel over de toepasselijke regeling teruggevallen kan worden op een vastgelegde redenering.
  • Een vaste check bij nieuwe productintroducties: onder welke deelcategorie valt het nieuwe product, en is daarvoor al een gedelegeerde handeling gepubliceerd of aangekondigd.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.