Mijn apparaat heeft een batterij — heb ik dan twee paspoorten nodig?
Ja, doorgaans twee paspoorten: één voor het toestel, één voor de batterij
Een apparaat met een ingebouwde of vervangbare batterij krijgt in de praktijk te maken met twee gescheiden regelingen: het digitale productpaspoort van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) voor het toestel zelf, en de aparte batterijregelgeving voor het batterijpaspoort. Dat zijn twee verschillende wettelijke trajecten, met elk hun eigen tijdlijn, hun eigen dataset en hun eigen verantwoordelijke. Het toestel en de batterij worden voor het paspoort dus niet als één geheel behandeld, ook al zitten ze fysiek in elkaar. Voor elektropas.com betekent dit dat het paspoort dat wij samenstellen over het toestel gaat — de batterij zelf heeft daarnaast haar eigen paspoorttraject, dat via een ander kanaal loopt.
Voor wie dit geldt: toestellen met een batterij, niet voor toestellen zonder
Deze scheiding speelt voor elektronica- en ICT-apparatuur waarin een batterij is verwerkt, zoals veel witgoed, laptops en kleine apparaten. Het gaat dan om twee losse verplichtingen die naast elkaar bestaan: één voor het product als geheel (onder de ESPR, artikel 9) en één specifiek voor de batterij als component (onder de batterijregelgeving). Voor apparatuur zonder batterij is deze vraag niet aan de orde; daar is er in beginsel maar één paspoorttraject, namelijk dat van het product zelf. Wat er precies onder de batterijregelgeving valt — welk type batterij, welke capaciteit, welke gebruikstoepassing — staat niet in de bronnen die hier gebruikt worden, en die vraag hoort dan ook thuis bij de officiële tekst van die regelgeving, niet bij deze pagina over de ESPR.
Datum nog niet vast voor het toestelpaspoort, batterijregels lopen apart
Voor het productpaspoort van elektronica en ICT staat de datum nog niet vast. Het ESPR-werkplan 2025-2030 werkt per deelcategorie, en de gedelegeerde handelingen die de concrete verplichting per productgroep vastleggen worden vanaf 2027 verwacht. Zodra zo'n handeling voor een deelcategorie is gepubliceerd, staat de datum voor die categorie hier vermeld. Tot die tijd geldt voor het toestel geen verplichting tot een ESPR-paspoort. De batterijregelgeving is een los traject met een eigen tijdlijn, die niet uit de bronnen van dit artikel volgt — voor die datum is de officiële bron van de batterijregelgeving de plek om te raadplegen, niet deze pagina.
Wat dit voor de opbouw van je gegevens betekent
In de praktijk is het verstandig om de twee dossiers vanaf het begin gescheiden te houden, ook al gaat het om één fysiek product. Eerst: breng in kaart of het toestel zelf straks onder een ESPR-gedelegeerde handeling valt, en zo ja, welke deelcategorie van toepassing is — dat bepaalt wanneer het toestelpaspoort verplicht wordt. Daarna: ga na of de ingebouwde batterij onder de batterijregelgeving een eigen paspoortplicht heeft, en welke gegevens daarvoor nodig zijn — dat is een aparte vraag met een ander antwoord dan de vraag over het toestel. Vervolgens: zorg dat de gegevens die specifiek de batterij betreffen (chemie, capaciteit, herkomst van grondstoffen, en dergelijke) niet vermengd raken met de gegevens die het toestel als geheel betreffen, want ze horen in verschillende paspoorten thuis en worden mogelijk ook door verschillende partijen aangeleverd. Tot slot: houd er rekening mee dat de unieke identificatiecode van het toestel (artikel 12 van de ESPR) een ander koppelpunt is dan een eventuele identificatiecode van de batterij onder haar eigen regeling — het toestel en de batterij worden er niet automatisch aan elkaar gekoppeld, dat vraagt een bewuste inrichting van de data.
Waar dat staat: artikel 9 en artikel 12 van de ESPR
Artikel 9 van de ESPR verplicht tot een digitaal productpaspoort per product dat onder een gedelegeerde handeling valt, en dat paspoort gaat over het product zoals dat op de markt wordt gebracht — het toestel. Artikel 12 regelt de unieke identificatiecode die bij dat productpaspoort hoort, en die code is gekoppeld aan het product, niet aan losse onderdelen daarvan. Uit deze twee artikelen volgt dat het ESPR-paspoort een instrument is voor het product als geheel, binnen het toepassingsgebied van de ESPR. Wat er voor de batterij als apart gereguleerd onderdeel geldt, valt buiten deze twee artikelen en buiten het toepassingsgebied van dit stuk — daarvoor is de tekst van de batterijregelgeving zelf de juiste vindplaats.
Wie nu al met deze vraag bezig is, doet er goed aan de twee dossiers gescheiden op te zetten: één map met gegevens over het toestel voor het moment dat de ESPR-deelcategorie van toepassing wordt, en één met de batterijspecifieke gegevens voor het moment dat die regeling vraagt om een batterijpaspoort. Zodra de gedelegeerde handeling voor de betreffende deelcategorie elektronica of ICT is gepubliceerd, wordt hier de datum en de inhoud van die verplichting aangevuld.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 9 (digitaal productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 12 (unieke identificatiecode)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Eén product, één paspoort — het apparaat is het uitgangspunt
Artikel 9 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) koppelt het digitaal productpaspoort aan het product dat op de markt wordt gebracht. Bij een apparaat met een geïntegreerde batterij is het apparaat het product waarvoor de verplichting geldt, niet de batterij als los onderdeel. In de praktijk betekent dit voor een fabrikant of importeur dat er wordt gewerkt vanuit één paspoort per apparaat, waarin de eigenschappen van de batterij als onderdeel worden meegenomen — niet als een tweede, zelfstandig paspoort naast dat van het apparaat.
De batterij kan wél eigen wetgeving met eigen eisen hebben
Los van de ESPR bestaat er batterijwetgeving die eigen informatie-eisen stelt aan batterijen, ook wanneer die batterij in een apparaat is ingebouwd. Dat is een andere regeling, met een andere juridische basis dan de ESPR. Voor een bedrijf dat elektronica met een vaste of vervangbare batterij op de markt brengt, betekent dit dat er twee regelingen tegelijk relevant kunnen zijn: de ESPR voor het apparaat als geheel, en de batterijregelgeving voor de batterij zelf. Dat is iets anders dan "twee keer hetzelfde paspoort" — het is eerder dat er twee informatieverplichtingen naast elkaar kunnen bestaan, die niet automatisch in hetzelfde document samenkomen.
De unieke identificatiecode moet kloppen bij wat er daadwerkelijk verkocht wordt
Artikel 12 van de ESPR regelt de unieke identificatiecode die aan het paspoort wordt gekoppeld. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat er per model, en waar relevant per variant, een eigen code en een eigen dataset nodig is. Een apparaat met een ingebouwde batterij die niet vervangbaar is, is doorgaans een andere variant dan dezelfde behuizing met een vervangbare batterij van een andere leverancier — ook als de rest van het apparaat identiek is. Dat raakt aan de vraag welke gegevens er in het productpaspoort van elektronica komen: de batterijgegevens horen daar als onderdeel bij, maar de vraag welk detailniveau precies wordt gevraagd, hangt af van de gedelegeerde handeling die voor die productcategorie wordt vastgesteld.
De gedelegeerde handeling per categorie bepaalt wat er precies wordt vastgelegd
Wat er exact over de batterij in het paspoort van het apparaat moet staan, wordt niet in de ESPR zelf tot in detail voorgeschreven, maar in de gedelegeerde handeling die per productcategorie wordt opgesteld. Voor bedrijven die nu al willen voorsorteren, is het zinvol om te volgen wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat er moet gebeuren, omdat dat stuk regelgeving per categorie kan verschillen — vandaar ook dat er niet één vaste checklist bestaat die voor alle elektronica met een batterij gelijk is.
Waar het misgaat in de praktijk
Twee losse dossiers die niet op elkaar aansluiten. Een inkoopafdeling verzamelt batterijgegevens voor de batterijregelgeving, terwijl een kwaliteitsafdeling los daarvan het productpaspoort voorbereidt. Beide bestanden bevatten overlappende gegevens over dezelfde batterij, maar met kleine afwijkingen — een ander chemietype vermeld, of een andere capaciteitswaarde — omdat ze op verschillende momenten zijn ingevuld.
Een variant met vervangbare batterij die wordt behandeld als hetzelfde model. Een apparaat wordt in twee uitvoeringen verkocht: één met vaste batterij, één met vervangbare batterij van een andere leverancier. Er wordt met één paspoort en één identificatiecode gewerkt, terwijl de onderliggende gegevens — batterijchemie, capaciteit, vervangbaarheid — tussen de twee varianten verschillen.
Onduidelijkheid over wie de batterijgegevens levert. Bij inbouw van een batterij van een externe leverancier ontbreekt een vaste afspraak over wie welke gegevens aanlevert en actualiseert. Bij een wijziging van batterijleverancier — iets dat in elektronica regelmatig voorkomt — blijft het paspoort dan ongewijzigd, terwijl de feitelijke samenstelling van het apparaat al is aangepast.
Ervan uitgaan dat het paspoort van de batterij het paspoort van het apparaat vervangt. Een importeur ontvangt van een batterijfabrikant documentatie die aan de batterijregelgeving voldoet, en neemt aan dat daarmee ook aan de verplichting voor het apparaat is voldaan. Dat zijn twee verschillende verplichtingen met een verschillende juridische basis, ook als de onderliggende batterijgegevens deels overlappen.
Geen zicht op welke deelcategorie van toepassing is. Omdat de eisen per deelcategorie kunnen verschillen, wordt er soms gewerkt vanuit aannames over wat "vergelijkbare" apparaten in het paspoort moeten opnemen, zonder dat is vastgesteld onder welke deelcategorie het eigen apparaat precies valt en welke gedelegeerde handeling daar straks bij hoort.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per modelvariant van het apparaat, met daarin vermeld welke batterij (vast of vervangbaar, welke chemie, welke leverancier) in die specifieke variant zit — als basis voor een correcte koppeling aan de unieke identificatiecode uit artikel 12 van de ESPR.
- Een interne afspraak over wie verantwoordelijk is voor het actueel houden van de batterijgegevens binnen het paspoort van het apparaat, zeker wanneer de batterij van een externe partij wordt betrokken.
- Een duidelijk onderscheid in de eigen documentatie tussen gegevens die worden aangeleverd voor de batterijregelgeving en gegevens die in het digitaal productpaspoort van het apparaat terechtkomen, ook als beide dossiers deels dezelfde herkomst hebben.
- Een aantekening bij welke deelcategorie het eigen apparaat is ingedeeld, zodat bij publicatie van de bijbehorende gedelegeerde handeling snel is te zien welke eisen relevant worden — te raadplegen via welke producten van de elektronicabranche onder de ESPR vallen.
- Een leveranciersafspraak met de batterijleverancier over het doorgeven van wijzigingen in specificaties, zodat het paspoort van het apparaat niet achterloopt bij een gewijzigde batterij-inbouw.
- Voor bedrijven die twijfelen of de eigen omvang gevolgen heeft voor de verplichtingen: een blik op of het productpaspoort ook voor kleine bedrijven geldt, om vast te stellen of er sprake is van een uitzonderingspositie of niet.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.